Gelijkwaardigheid

Voor nieuwbouw of een gebouw dat verbouwd wordt, moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In de aanvraag van de omgevingsvergunning moet aannemelijk worden gemaakt dat wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Eén van de eisen uit het Bouwbesluit gaat over het ‘beperken van uitbreiden van brand’. Volgens het Bouwbesluit moet een gebouw worden verdeeld in brandcompartimenten met een bepaalde maximale gebruiksoppervlakte (meestal 1000 m²). Daarvoor moeten vaak brandwerende scheidingen in een gebouw worden geplaatst. Soms is het onwenselijk om een gebouw op te delen in brandcompartimenten, bijvoorbeeld bij grote opslaghallen, winkels of bijeenkomstruimtes. Er kan van deze regel worden afgeweken met een ‘gelijkwaardigheidsbepaling’. Bij een gelijkwaardigheidsbepaling worden andere maatregelen genomen die ervoor zorgen dat het gebouw even brandveilig is als met de opdeling in brandcompartimenten, bijvoorbeeld door rookbeheersystemen en/of een sprinklerinstallatie te installeren. Dit mag alleen onder strikte voorwaarden en na goedkeuring bevoegd gezag. De mogelijke methodes worden omschreven in norm NEN 6060.

Toezichtsarrangement

Alle invullingen op het gelijkswaardigheidsbeginsel mogen alleen worden gedaan onder strikte voorwaarden en na goedkeuring van bevoegd gezag. Zo zijn gebouweigenaren die gebruik maken van een van de gelijkwaardigheidsbepalingen verplicht om een toezichtsarrangement op te stellen. Hierin worden de voorwaarden voor de gelijkswaardigheidsbepaling periodiek gecontroleerd. Daarbij moet worden aangetoond dat alle brandveiligheidsvoorzieningen adequate gecontroleerd en onderhouden worden.

Gelijkwaardige oplossingen

1. Vuurlastberekening

Met een vuurlastberekening kan worden aangetoond dat een groter brandcompartiment acceptabel is. Bij een vuurlastberekening wordt een optelsom gemaakt van de brandbaarheid (vuurlast) van alle aanwezige materialen in, op en aan een gebouw. Als de functie van een gebouw verandert, moet de gelijkwaardigheidsbepaling opnieuw worden bekeken.

2. Brandrisico’s

Bij een onderbouwing op basis van brandrisico’s wordt nagegaan of een groter  brandcompartiment acceptabel is door te kijken naar de grootte en de functie van het brandcompartiment. Er wordt daarbij ook gekeken hoe groot de kans is dat een brand zich ontwikkelt. Om die kansen te beperken, kunnen specifieke maatregelen worden genomen, zoals: brandveiligheidsmaatregelen zoals sprinklerinstallatie of een brandmeldinstallatie met doormelding naar de brandweer en grote afstand aanhouden tussen gevel en perceelgrens om brandoverslag te voorkomen.

Sprinklerinstallatie

Ook een sprinklerinstallatie kan gebruikt worden als oplossing voor gelijkwaardigheid. Een sprinklerinstallatie kan een beginnende brand automatisch ontdekken, beperken en in veel gevallen zelfs blussen. Hierdoor wordt branduitbreiding voorkomen en zal de brand- en rookschade worden beperkt. Een sprinklerinstallatie gaat aan als de temperatuur in een gebouw een bepaalde waarde overschrijdt.

Om zeker te weten dat het sprinklersysteem in geval van brand daadwerkelijk werkt, moet het systeem worden geïnstalleerd volgens een goedgekeurd uitgangspuntendocument en moet de installatie jaarlijks worden gecertificeerd.  Bij de certificering wordt gecontroleerd of onderhoud goed wordt uitgevoerd en of het gebruik/opslag ter plaatse van de sprinklers in overeenstemming is met het uitgangspuntendocument.

Maximale loopafstand

In het Bouwbesluit is omschreven wat de maximale loopafstand is van een vluchtroute binnen een brandcompartiment. Doorgaans is de maximale loopafstand tot de uitgang of een ander brandcompartiment 30 meter, afhankelijk van de functie van en het aantal personen in een gebouw. Er kan worden afgeweken van de maximale afstand op basis van het gelijkwaardigheidsbeginsel. Er moet dan worden aangetoond dat door bepaalde gebouwkenmerken meer tijd is om veilig een uitgang van een brandcompartiment of de buitendeur te bereiken. Gebouwkenmerken die invloed hebben op de vluchttijd:

  • Grootte en hoogte van de ruimte: in grote, hoge ruimtes kan rook zich langere tijd ophopen onder het plafond voordat de rook op vloerniveau het vluchten hindert. Dit geeft de aanwezige personen meer tijd om veilig te vluchten.
  • Het aantal aanwezige personen in een gebouw.
  • Breedte van de deuren.
  • Loopsnelheid van de aanwezige personen.

Met berekeningen wordt bepaald wat de benodigde vluchttijd is. Het is een veilige gelijkwaardige situatie als de beschikbare vluchttijd groter is dan de benodigde vluchttijd (met een veiligheidsmarge).

Rook- en warmte-installaties

Aanvullende rook- en warmte-installaties kunnen ervoor zorgen dat mensen minder last hebben van de rook en daardoor meer tijd hebben om te vluchten. Om er zeker van te zijn dat deze installaties daadwerkelijk functioneren bij brand, moeten ze zijn geïnstalleerd volgens een goedgekeurd uitgangspuntendocument en jaarlijks worden gecertificeerd. Bij de certificering wordt gecontroleerd of onderhoud goed wordt uitgevoerd en het gebruik/ opslag nog klopt met het uitgangspunten document.